www.GotQuestions.org/Nederlands




Vraag: "Wat zegt de Bijbel over sociale rechtvaardigheid?"

Antwoord:
Voordat we ingaan op de Christelijke zienswijze op sociale rechtvaardigheid moeten we eerst bepalen waar we het eigenlijk over hebben. Sociale rechtvaardigheid heeft zoveel “politieke lading” dat je het begrip eigenlijk niet los kunt zien van de hedendaagse context. Sociale rechtvaardigheid wordt vaak gebruikt als protestkreet door mensen die tot het linkse spectrum gerekend kunnen worden. Onderstaand citaat is een goede omschrijving van wat we onder sociale rechtvaardigheid kunnen verstaan:

“Sociale rechtvaardigheid is ook een begrip dat door sommige mensen gebruikt wordt om de beweging te omschrijven die een sociaal rechtvaardige wereld nastreeft. In deze context is sociale rechtvaardigheid gebaseerd op zaken als mensenrechten en gelijkwaardigheid, en gaat het over een grotere mate van economische gelijkheid door progressieve belastingen, inkomensverdeling of zelfs de herverdeling van eigendommen. Deze beleidsvormen willen realiseren wat ontwikkelingseconomen omschrijven als “meer gelijkheid in mogelijkheden dan er in sommige samenlevingen wellicht bestaat”. Ze willen gelijkheid van opbrengst bewerkstelligen in gevallen waar zich incidentele ongelijkheid voordoet in een procedureel rechtvaardig systeem.”

Het sleutelwoord in deze omschrijving is de term “gelijkheid”. In combinatie met de begrippen “herverdeling van inkomen”, “herverdeling van eigendommen”, en “gelijke opbrengst” zegt dit woord veel over sociale rechtvaardigheid. Als politieke doctrine promoot deze gelijkheid in wezen het idee dat alle mensen dezelfde (gelijke) politieke, sociale, economische en burgerlijke rechten zouden moeten hebben. Dit idee is gebaseerd op de onvervreemdbare mensenrechten die in internationale overeenkomsten vastgelegd zijn.

Maar als economische doctrine is gelijkheid de drijvende kracht achter het socialisme en communisme. Economische gelijkheid streeft ernaar om de barrières van economische ongelijkheid weg te nemen door een herverdeling van rijkdom. Dit zien we terug in programma’s voor sociaal welzijn waarbij een beleid van progressieve belastingen naar verhouding meer geld int van welgestelde burgers, om het levenspeil van mensen die diezelfde middelen niet hebben, omhoog te brengen. Met andere woorden, de overheid neemt van de rijken en geeft aan de armen.

Het probleem met die doctrine is tweeledig: ten eerste is er het onjuiste uitgangspunt dat de rijken welvarend zijn geworden door de armen uit te buiten. Veel van de socialistische literatuur van de afgelopen 150 jaar gaat daar van uit. En zo wás het misschien ook wel toen Karl Marx zijn Communistisch Manifest schreef – en zelfs vandaag de dag zal het soms zo zijn, maar zeker niet altijd.

Ten tweede hebben socialistische programma’s de neiging om meer problemen te veroorzaken dan ze oplossen; met andere woorden, ze werken niet.

Sociale voorzieningen waarbij belastinggeld gebruikt wordt om het inkomen aan te vullen van mensen die geen of te weinig werk hebben, heeft vaak tot gevolg dat de mensen die gebruik maken van die voorzieningen, afhankelijk worden van wat de overheid hen geeft, in plaats van dat ze zelf proberen om hun situatie te verbeteren. In geen van de landen waar het socialisme/communisme op nationaal niveau uitgeprobeerd is, is het er in geslaagd om het klassenonderscheid in de maatschappij weg te nemen. In plaats daarvan vervangt het alleen maar het onderscheid tussen edelen en gewone mensen, door het onderscheid tussen de werkende klasse enerzijds, en mensen die politieke functies bekleden, anderzijds.

Dus wat is dan de Christelijke visie op sociale rechtvaardigheid? De Bijbel leert ons dat God een God van rechtvaardigheid is. Zelfs “Alles wat Hij doet is volmaakt” (Deuteronomium 32:4). Bovendien onderschrijft de Bijbel het soort sociale rechtvaardigheid dat zorg en bezorgdheid toont voor het lot van de armen en getroffenen (Deuteronomium 10:18; 24:17; 27:19). De Bijbel spreekt vaak over de wezen, weduwen en reizigers – oftewel de mensen die niet in staat waren om in hun eigen levensonderhoud te voorzien of niemand hadden om op terug te vallen. Het volk van Israël kreeg van God de opdracht om zorg te dragen voor die mensen in de maatschappij die het niet zo goed hadden. En dat het volk dat uiteindelijk niet deed, droeg ertoe bij dat zij veroordeeld werden en uit het land verbannen werden.

Wanneer Jezus op de Olijfberg tot Zijn leerlingen spreekt, noemt Hij de zorg voor de “onaanzienlijksten” (Matteüs 25:40). Uit de brief van Jakobus blijkt wat we moeten verstaan onder “zuivere godsdienst”.

Dus wanneer we met “sociale rechtvaardigheid” bedoelen dat de maatschappij een morele verplichting heeft om te zorgen voor de minderbedeelden, dan klopt dat. God weet dat er door de zondeval weduwen, wezen en reizigers zullen zijn in de maatschappij, en Hij heeft zowel in het Oude als het Nieuwe Verbond voorzieningen getroffen om te zorgen voor deze verschoppelingen van de maatschappij. Jezus Zelf staat model voor hoe we ons moeten gedragen, want Hij liet Gods rechtvaardigheidsgevoel zien door de evangelieboodschap zelfs naar de mensen te brengen die aan rand van de maatschappij leefden.

Maar het Christelijke begrip “sociale rechtvaardigheid” verschilt van wat men tegenwoordig als sociale rechtvaardigheid ziet. De Bijbelse aansporingen om voor de armen te zorgen zijn meer persoonlijk, dan iets van de gemeenschap. Met andere woorden, elke Christen wordt aangemoedigd om te doen wat hij kan om de “onaanzienlijksten” te helpen. De basis voor deze Bijbelse opdracht is te vinden in het tweede gebod van de grootste geboden – heb uw naaste lief als uzelf (Matteüs 22:39). Maar de hedendaagse uitleg van sociale rechtvaardigheid vervangt het individu door de overheid die rijkdom herverdeelt middels belastingen en andere middelen. Dat beleid stimuleert niet dat we uit liefde geven, maar creëert wrok bij mensen die hun zuurverdiende bezittingen van zich afgenomen zien worden.

Een ander verschil is dat het Christelijke wereldbeeld van sociale rechtvaardigheid niet als uitgangspunt heeft dat welvarende mensen geprofiteerd hebben van oneerlijke zaken. In een Christelijk wereldbeeld is welvaart geen kwaad. Er is wel een verantwoordelijkheid en ook verwachting dat we goede rentmeesters zijn van onze welvaart (omdat alle welvaart door God geschonken is). Hedendaagse sociale rechtvaardigheid gaat uit van de veronderstelling dat de rijken de armen uitbuiten.

Een derde verschil is dat een Christen (vanuit het Christelijke begrip van rentmeesterschap) ondersteuning kan geven aan zelfgekozen goede doelen. Als een Christen zich bijvoorbeeld verbonden voelt met het lot van ongeboren kinderen, kan hij anti-abortusbewegingen steunen met zijn tijd, talenten en financiële middelen. Maar bij de hedendaagse vorm van sociale rechtvaardigheid zijn het de mensen die in de overheid aan de macht zijn, die bepalen wie de herverdeelde rijkdom ontvangen. De burgers hebben geen controle over wat de overheid doet met hun belastinggeld en heel vaak belandt dat geld bij instellingen die we liever niet zouden steunen.

Feitelijk is er een spanningsveld tussen een op God gerichte benadering van sociale rechtvaardigheid en een sociale rechtvaardigheid die om mensen draait. Deze laatste benadering ziet de overheid in de rol van verlosser, die een utopie creëert door middel van overheidsbeleid. De op God gerichte benadering ziet Christus als Verlosser, Die de hemel op aarde brengt wanneer Hij terugkeert. Bij Zijn wederkomst zal Christus alles herstellen en volmaakte rechtvaardigheid brengen. Tot die tijd geven Christenen uiting aan Gods liefde en rechtvaardigheid door goedheid en barmhartigheid te betonen aan mensen die het minder goed hebben.