www.GotQuestions.org/Nederlands



Vraag: "Hebben christenen het gezag om de duivel terecht te wijzen?"

Antwoord:
Er zijn christenen die geloven dat zij niet alleen het gezag hebben om de duivel terecht te wijzen, maar ook dat zij zich voortdurend moeten bezighouden met hem terecht te wijzen. Er bestaat geen Bijbelse basis voor een dergelijk geloof. Satan is, in tegenstelling tot God, niet alomtegenwoordig. Hij kan maar op ťťn plaats tegelijkertijd aanwezig zijn, en de kans dat hij persoonlijk individuele christenen lastigvalt is minuscuul. Natuurlijk heeft hij legioenen demonen om zijn vuile werk te doen en die bevinden zich overal om het getuigenis van gelovigen te vernietigen. Het moet opgemerkt worden dat de christen niet door een demon bezeten kan worden op dezelfde manier als bezetenheid in de Bijbel wordt beschreven.

Als christenen moeten we ons bewust zijn van de realiteit dat het kwaad bestaat. Terwijl we strijden om sterk in ons geloof te blijven, moeten we ons realiseren dat onze vijanden niet slechts menselijke ideeŽn zijn, maar werkelijke krachten die voortkomen uit de machten der duisternis. De Bijbel zegt: "Want we strijden niet tegen mensen, maar tegen de onzichtbare leiders, machten en heersers van deze donkere wereld. Dus tegen de duivelse geesten in de geestelijke wereld." (EfeziŽrs 6:12)

Het mag duidelijk zijn dat God heeft toegestaan dat de satan een aanzienlijke hoeveelheid macht en invloed over de aarde heeft gekregen, tenminste voor nu, en altijd binnen de grenzen van Gods oppermachtig bewind. De Bijbel vertelt ons dat de satan als een leeuw ronddoolt op zoek naar prooi, om te kijken wie hij kan verslinden (1 Petrus 5:8). De satan is de geest die aan het werk is in de harten van degenen die weigeren om God te gehoorzamen (EfeziŽrs 2:2). Ieder die niet onder de heerschappij leeft van de oppermachtige God, leeft onder de heerschappij van de duivel (Handelingen 26:18, 2 KorintiŽrs 4:4). Wedergeboren christenen zijn geen slaven van de satan of van de zonde meer (Romeinen 6:6-7), maar dat betekent niet dat we immuun zijn voor de verleidingen die hij op ons pad brengt.

De Bijbel geeft christenen niet het gezag om de duivel terecht te wijzen, maar om hem te weerstaan. Jakobus 4:7 zegt: "Wees dus gehoorzaam aan God, maar verzet je tegen de duivel. Dan zal de duivel van je wegvluchten." En in Zacharia 3:2 lezen we dat de Heer de satan terechtwijst. Zelfs MichaŽl, een van de machtigste engelen, durfde de satan niet te beschuldigen. In plaats daarvan zei hij alleen: "De Heer zal je straffen!" (Judas 1:9). Als antwoord op de aanvallen van de satan kan een christen zich beroepen of Christus. In plaats van zich te concentreren op het verslaan van de duivel, kunnen we ons concentreren op het volgen van Christus (HebreeŽn 12:2) en erop vertrouwen dat Hij de boze machten zal verslaan.

Het is voor een christen niet nodig om de duivel terecht te wijzen, omdat God ons zijn volledige wapenrusting heeft gegeven om tegen het kwaad stand te houden (zie EfeziŽrs 6:10-18). De meest effectieve wapens die we hebben tegen de duivel zijn ons geloof, wijsheid en kennis over God en zijn Woord. Toen Christus door de satan op de proef werd gesteld, antwoordde Hij hem met de Schrift (zie MatteŁs 4:1-11). Om op geestelijk gebied de overwinning te behalen, moeten we een zuiver geweten houden en onze gedachten beheersen. "Want we zijn wel gewone mensen die in deze wereld leven, maar we gebruiken geen menselijke wapens. De wapens van onze strijd zijn geen menselijke wapens, maar geestelijke wapens. Het zijn sterke wapens van God, die elke geestelijke muur kunnen afbreken. Als mensen God niet willen gehoorzamen, kunnen we met die wapens elke redenering van hen uit de weg ruimen. Alles wat in de weg staat om God werkelijk te leren kennen, kunnen we als het ware gevangen nemen: alle verkeerde gedachten, redeneringen en ideeŽn. En daarna kunnen we die gehoorzaam maken aan Christus." (2 KorintiŽrs 10:3-5)