www.GotQuestions.org/Nederlands




Vraag: "Wat zegt de Bijbel over een Christen die in het leger dient?"

Antwoord:
De Bijbel bevat een grote hoeveelheid informatie over militaire dienst. Hoewel een aanzienlijk gedeelte van de informatie over militaire zaken in de Bijbel slechts uit analogieŽn bestaat, hebben verschillende verzen rechtstreeks met dit onderwerp te maken. Nee, de Bijbel zegt niet specifiek iets als ďGij zult in het leger dienenĒ maar daar tegenover staat dat de Bijbel ook niet zegt:ďGij zult niet in het leger dienenĒ. Toch kunnen Christenen er tegelijkertijd van verzekerd zijn dat soldaten door de hele Bijbel heen in hoog aanzien stonden, en dat een dergelijke militaire dienst in overeenstemming is met een Bijbels wereldbeeld.

Het eerste voorbeeld van militaire dienst kan in het Oude Testament worden aangetroffen (Genesis 14), toen Abrahams neef Lot door Kedorlaomer, de koning van Elam, en zijn bondgenoten werd ontvoerd. Abraham snelde te hulp met 318 gewapende mannen uit zijn huishouden en samen versloegen zij de buitenlandse troepen.

Later in zijn geschiedenis zou het IsraŽlische volk een staand leger ontwikkelen. Het besef dat zij de Goddelijke Strijder aan hun zijde hadden, die Zijn volk ongeacht hun militaire macht zou beschermen, was mogelijk de reden waarom het zo lang duurde voordat IsraŽl een eigen leger op de been bracht. De ontwikkeling van een normaal staand leger kwam in IsraŽl pas tot stand nadat Saul, David en Salomo een sterk, gecentraliseerd politiek systeem hadden opgezet. Saul was de eerste die een permanent leger op de been bracht (1 SamuŽl 13:2; 24:2; 26:2). Desalniettemin moest het leger met voedsel en andere voorzieningen uit de huishoudens van de individuele soldaten worden onderhouden (1 SamuŽl 17:17-19).

David ging verder met wat Saul was begonnen. Hij vergrootte het leger, voegde hier huurlingen uit andere regioís aan toe die alleen aan hem trouw waren (2 SamuŽl 15:19-22) en droeg het directe leiderschap over zijn legers over aan een opperbevelhebber (Joab). Onder David voerde het leger van IsraŽl ook een agressiever offensief militaire beleid, waardoor aangrenzende staten zoals Ammon werden overgenomen (2 SamuŽl 11:1; 1 Kronieken 20:1-3). David stelde een troepenrotatie in, waarin 12 groepen van 24.000 mannen elk ťťn maand per jaar dienden (1 Kronieken 27). Hoewel Salomoís heerschappij vredig was, breidde hij het leger verder uit door er wagens en paarden aan toe te voegen (1 Koningen 10:26). Het staande leger bleef in stand (hoewel dit na de dood van Salomo met het koninkrijk werd verdeeld) tot 586 voor Christus, toen IsraŽl ophield te bestaan als een politieke entiteit.

Jezus verwonderde zich toen Hij benaderd werd door een Romeins Centurio (een officier die de leiding had over honderd soldaten). De reactie van de Centurio op Jezus gaf aan dat hij een duidelijk besef van gezagsstructuren had, maar ook dat hij in Jezus geloofde (MatteŁs 8:5-13). Jezus veroordeelde hem niet voor zijn beroep. Veel Centurioís in het Nieuwe Testament worden geprezen als Christenen, als godvruchtige mensen en als mannen met een goed karakter (MatteŁs 8:5,8,13; 27:54; Marcus 15:39,44-45; Lucas 7:2,6; 23:47; Handelingen 10:1,22; 21:32; 22:25-26; 23:17,23; 24:23; 27:1,6,11,31,43; 28:16).

De plaatsen en de rangen zijn door de geschiedenis heen weliswaar veranderd, maar onze eigen hedendaagse troepen zouden net zo hoog in aanzien moeten staan als de Centurioís e andere soldaten in de Bijbel. Paulus beschrijft bijvoorbeeld Epafroditus, een Christen, als een ďmedestrijderĒ (Filippenzen 2:25). De Bijbel gebruikt ook militaire termen om te beschrijven hoe wij sterk kunnen zijn in de Heer door de hele wapenrusting van God aan te trekken (EfeziŽrs 6:10-20).

De Bijbel spreekt dus zeker, direct en indirect, over militaire dienst. De Christelijke mannen en vrouwen die hun land met karakter, waardigheid en eergevoel dienen kunnen ervan verzekerd zijn dat de burgerlijke dienst die zij uitvoeren door onze Oppermachtige God wordt goedgekeurd en gerespecteerd. De mensen die in het leger dienen verdienen ons respect en onze dankbaarheid.