www.GotQuestions.org/Nederlands



Vraag: "Hoe moet een Christen over inentingen/vaccinaties denken?"

Antwoord:
Als wedergeboren gelovigen worden wij geacht trouw te zorgen voor alles wat ons gegeven is (1 Korintiërs 4:2) en daar hoort natuurlijk ook ons lichaam bij. Daarom zijn wij als “rentmeesters” voor Gods geschenk van fysieke lichamen verantwoordelijk voor de voeding die wij in die lichamen stoppen, hoe we er voor zorgen en hoe we ze gebruiken. De Schrift zegt niets over vaccinaties omdat die nog niet bestonden toen de Bijbel geschreven werd. Er is voldoende informatie beschikbaar over hoe vaccins gemaakt worden en wat de mogelijke bijwerkingen ervan zijn, en iedereen die zich daar zorgen over maakt zou zich erin moeten verdiepen. Sterker nog, deel van ons rentmeesterschap bestaat eruit dat we onderzoeken, een weloverwogen keuze maken en niets voor zoete koek aannemen. Kennis geeft verantwoordelijkheid. Zijn vaccins geheel zonder risico? Nee. Zijn er met vaccins goede dingen bereikt in de wereld? Ja, dus er valt beslist iets te zeggen voor preventieve medicatie. De apostel Paulus adviseert Timoteüs om “wat wijn te drinken vanwege je zwakke maag en je andere kwalen” (1 Timoteüs 5:23); dit is duidelijk een aanmaning om preventieve medicatie te nemen.

Wel of niet vaccineren moet een weloverwogen keuze zijn en er moet niet uit angst voor besloten worden. In sommige landen mogen kinderen niet naar school komen als ze niet “fatsoenlijk” ingeënt zijn. Verder zijn sommige ziekten, waarvan men dacht dat die in de Westerse wereld niet meer voorkwamen, weer in opkomst vanwege de komst van niet-gevaccineerde mensen uit Derde Wereldlanden. Er is dus een duidelijk en bewezen voordeel aan inentingen. Ouders moeten er de consequenties van overwegen dat hun kind ooit een ziekte zou kunnen krijgen waartegen het niet ingeënt is. Kinderen houden zelden meer over aan een inenting dan enkele dagen een lichte koorts en een pijnlijke arm, maar heftige reacties kunnen voorkomen, en deze vinden soms ook plaats. Er is ook eens de vraag geweest of er een link was tussen vaccins en het voorkomen van autisme bij kinderen. Of dat ooit bewezen gaat worden is onduidelijk, maar het feit dat deze kwestie vaccinaties in de schijnwerper zet is goed, en zal tot gevolg hebben dat ouders bewusteromgaan met hun keuzes voor de gezondheid van hun kinderen.

Op internet zijn opsommingen te vinden van ziektes die voorkomen kunnen worden en langdurige effecten die ze kunnen hebben. Zoals met alles is ook hier een gebed om wijsheid noodzakelijk. “Komt een van u wijsheid tekort? Vraag God erom en hij, die aan iedereen geeft, zonder voorbehoud en zonder verwijt, zal u wijsheid geven” (Jakobus 1:5, zie ook Spreuken 3:4-5). Wij zijn vrij om onze keuzes te maken, maar we mogen ons niet vrijstellen van de consequenties van die keuzes. De apostel Paulus benadrukt dit in 1 Korintiërs 6:11-12 en 10:23, waarin hij ons zegt dat ons alle dingen “toegestaan” zijn, maar dat niet alles ons verbetert en opbouwend is. Niet alles is goed voor ons en wij mogen ons door niets anders laten beheersen dan de Geest van de Heer. Daarom past het ons om in gebed weloverwogen keuzes te maken – en die zonder angst te maken, met vertrouwen in de Heer.

Overwegingen aangaande het verband tussen vaccinaties en geaborteerd embryonaal weefsel:

Sommige mensen maken zich er zorgen over dat sommige vaccins tot ontwikkeling komen in celculturen die oorspronkelijk van menselijke foetussen afkomstig zijn. Virussen moeten een levende `gastheer´ hebben waarin ze kunnen groeien en de fabrikanten van vaccins geven daarvoor de voorkeur aan menselijke cellen omdat sommige virussen alleen in bepaalde cellen kunnen groeien en omdat andere virussen die in dierlijke cellen voorkomen mensen zouden kunnen schaden.

Er is momenteel onderzoek gaande om moleculaire hulpmiddelen te ontwikkelen die het mogelijk zullen maken om vaccins te produceren zonder levend celmateriaal te hoeven gebruiken.

Nu kunnen de menselijke cellen die gebruikt worden om sommige vaccins te produceren lange tijd in laboratoria in leven gehouden worden en een goede basis vormen voor de groei van virussen waar mensen aan lijden. Vaccins die als zodanig ontwikkeld zijn, blijken veilig voor mensen. Al decennia lang worden twee verschillende culturen van diploïde menselijke cellen van foetussen grootschalig gebruikt voor het aanmaken van vaccins. WI-38 is afkomstig van longcellen van een vrouwelijke foetus van 3 maanden zwangerschapsduur en MRC-5 is ontwikkeld uit longcellen van een 14-weken oude mannelijke foetus. Beide foetussen waren opzettelijk geaborteerd, maar geen van beiden was geaborteerd met als doel cellen te verkrijgen voor virusculturen. De celbiologen die de celculturen maakten hebben de abortussen niet opgewekt. Deze twee celculturen groeien al meer dan 35 jaar in laboratoriumomstandigheden, en zijn gebruikt voor honderden miljoenen vaccinatiedosissen, waardoor miljoenen gevallen van waterpokken, rodehond, hondsdolheid en hepatitis A voorkomen konden worden.

Rodehond veroorzaakt bij kinderen meestal een licht ziektebeeld, maar kan bij zwangere vrouwen die geïnfecteerd raken ernstige schade veroorzaken aan de zich ontwikkelende foetus. In Amerika is maar één vaccin beschikbaar tegen rodehond en dat is afkomstig van weefsel dat verkregen werd nadat een met rodehond besmette moeder een abortus liet plegen. De abortus werd niet uitgevoerd om het virus te isoleren, maar omdat de moeder en de foetus besmet waren met het rodehondvirus dat aanzienlijke aangeboren afwijkingen kon veroorzaken. Sinds die variant van het rodehondvirus (bekend als RA27/3) geïsoleerd is, wordt deze in het laboratorium gekweekt en is het niet meer nodig om nog meer cellen te verkrijgen van andere geaborteerde foetussen om de hoeveelheid rodehondvirus te verschaffen die nodig is om het vaccin in de toekomst aan te maken.

Voordat er gevaccineerd werd tegen rodehond kwamen er in Nederland jaarlijks vele gevallen voor, waarvan het bekendste voorbeeld ongetwijfeld prinses Christina betreft, die een oogafwijking opliep doordat haar moeder, de toenmalige koningin Juliana, tijdens de zwangerschap met het virus besmet raakte. Het RA27/3 vaccin in Amerika heeft in ieder geval vele duizenden miskramen en abortussen voorkomen doordat zwangere vrouwen beschermd waren tegen besmetting: men schat dat de rodehond epidemie in 193-1964 leidde tot 20.000 kinderen met een aangeboren afwijking, 6250 spontane abortussen en 5000 beslissingen tot een abortus vanwege geboortedefecten, terwijl er in 2001 slechts drie baby's geboren werden met rodehond.

Christenen zouden de farmaceutische industrie moeten blijven aanmoedigen om alternatieven te vinden waardoor vaccins gevonden kunnen worden die geen materiaal van menselijke foetussen nodig hebben. Maar zolang werkende alternatieven ontbreken, mogen deze vaccins gebruikt worden om niet alleen ernstig risico voor kinderen te beperken, maar ook als een publieke gezondheidsmaatregel om de onverhoedse verspreiding van kwalijke virussen bij zwangere vrouwen, en zo de dreiging van aangeboren afwijkingen en spontane miskramen te voorkomen.

© Copyright 2002-2014 Got Questions Ministries.