www.GotQuestions.org/Nederlands




Vraag: "Was Sint Petrus de eerste Paus?"

Antwoord:
De Rooms-Katholieke Kerk ziet Petrus als de eerste paus waarop God verkoos om Zijn kerk op te bouwen (Matteüs 16:18). Zij stelt dat hij autoriteit (primaatschap) over de andere apostelen had. De Rooms-Katholieke Kerk beweert dat de Apostel Petrus, enige tijd na de gebeurtenissen die in het boek Handelingen zijn vastgelegd, de eerste bisschop van Rome werd en dat de Roomse bisschop door de vroege kerk als het centrale gezag over alle kerken werd aanvaard. Zij stelt dat God het apostolische gezag van Petrus overdroeg aan de mensen die later zijn bisschopszetel in Rome innamen. De leer die stelt dat God het apostolische gezag van Petrus aan de daaropvolgende bisschoppen overdroeg wordt “apostolische opvolging” genoemd.

De Rooms-Katholieke Kerk stelt ook dat Petrus en de daaropvolgende pausen onfeilbaar waren en zijn wanneer zij “ex cathedra” over bepaalde onderwerpen spreken, dat wil zeggen in hun positie en hun gezag als paus. Zij onderwijst dat deze onfeilbaarheid de paus het vermogen geeft om de kerk foutloos te leiden. De Rooms-Katholieke Kerk beweert dat zij een onafgebroken reeks van pausen tot aan Sint Petrus kan terugvoeren en gebruikt dit als bewijs dat zij de ware kerk is, omdat Christus Zijn Kerk op Petrus bouwde, volgens hun interpretatie van Matteüs 16:18.

Hoewel Petrus centraal stond in de vroege verspreiding van het evangelie (een gedeelte van de betekenis van Matteüs 16:18-19), verkondigt het onderricht van de Schrift, in de context gelezen, nergens dat hij autoriteit over de andere apostelen of over de Kerk (primaatschap) had. Zie Handelingen 15:1-23; Galaten 2:1-14; 1 Petrus 5:1-5. Noch wordt ooit onderwezen dat de Bisschop van Rome, of enige andere bisschop, het primaatschap over de Kerk zou moeten hebben. In plaats daarvan bestaat er maar één referentie in de Schrift aan Petrus die vanuit “Babylon” schrijft, een naam die soms op Rome van toepassing is (1 Petrus 5:13). Het Rooms-Katholieke onderricht over het primaatschap van de Bisschop van Rome is vooral gebaseerd op dit vers en op de historische toename van de invloed van de Bisschop van Rome. Maar, de Schrift toont ons dat het gezag van Petrus met de andere apostelen werd gedeeld (Efeziërs 2:19-20) en dat het gezag om te “binden en te ontbinden” die aan hem wordt toegekend op eenzelfde manier met de plaatselijke kerken wordt gedeeld en niet alleen met hun kerkleiders (zie Matteüs 18:15-19; 1 Korintiërs 5:1-13; 2 Korintiërs 13:10; Titus 2:15; 3:10-11).

De Schrift stelt ook nergens dat het gezag van de apostelen moest worden overgedragen aan de mensen die door hen werden ingewijd (apostolische opvolging) om de kerk voor dwalingen te behoeden. De Rooms-Katholieke Kerk “leest” sommige verzen op een zodanige manier dat apostolische opvolging hieruit wordt afgeleid (2 Timoteüs 2:2; 4:2-5; Titus 1:5; 2:1; 2:15; 1 Timoteüs 5:19-22). Paulus roept gelovigen in diverse kerken NIET op om Titus, Timoteüs en andere kerkleiders te ontvangen vanwege hun gezag als bisschoppen, of vanwege hun apostolische gezag, maar veeleer omdat zij samen met henzelf werkers voor de Heer zijn (1 Korintiërs 16:10; 16:16; 2 Korintiërs 8:23). Wat de Schrift ons WEL leert is dat zelfs onder de kerkleiders valse leerstellingen zouden verschijnen en dat Christenen de leerstellingen van deze latere kerkleiders met de Schrift zouden moeten vergelijken; de Schrift waarvan de Bijbel zegt dat deze het enige onfeilbare iets is (Matteüs 5:18; Psalm 19:7-8; 119:160; Spreuken 30:5; Johannes 17:17; 2 Petrus 1:19-21). De Bijbel leert ons niet dat de apostelen onfeilbaar waren, op die zaken na die door hen werden geschreven en in de Schrift werden opgenomen. Paulus maakt in zijn toespraak tot de kerkleiders van de grote stad Efeze gewag van valse leermeesters en hij stelt dat zij door het bestrijden van dergelijke dwalingen niet tot “de apostelen en de mensen die hun gezag zouden overnemen” zouden worden opgedragen, maar tot “God en aan het woord van zijn genade…” (Handelingen 20:28-32). De Schrift moest dus de onfeilbare maatstaf zijn voor de leer en de gebruiken (2 Timoteüs 3:16-17), en niet de apostolische opvolgers. Door de Schrift te onderzoeken kunnen leerstellingen als waar of als vals worden aangemerkt (Handelingen 17:10-12).

Was Petrus de eerste paus? Het antwoord is, volgens de Schrift, een duidelijk en nadrukkelijk nee. Petrus eiste nooit een oppermachtigheid over de andere apostelen op. Nergens in zijn geschriften (1 en 2 Petrus) eist de Apostel Petrus een bijzondere rol, macht of gezag op over de kerk. Nergens in de Schrift stelt Petrus, of enige andere apostel, dat zijn apostolische autoriteit aan opvolgers zou worden overgedragen. De Apostel Petrus had zeker een leiderspositie onder de discipelen. Petrus speelde zeker een cruciale rol in de vroege verspreiding van het Evangelie (Handelingen hoofdstukken 1-10). Petrus was zeker de “rots” die Jezus voorspelde dat hij zou zijn (Matteüs 16:18). Maar deze waarheden ondersteunen op geen enkele manier het idee dat Petrus de eerste paus was of dat hij de “oppermachtige leider” over de apostelen was of dat zijn gezag aan de bisschoppen van Rome zou worden overgedragen. Petrus zelf wijst ons op de ware Herder en Hoeder van de kerk, de Heer Jezus Christus (1 Petrus 2:25).

© Copyright 2002-2014 Got Questions Ministries.