www.GotQuestions.org/Nederlands




Vraag: "Wat is Goddelijke voorzienigheid?"

Antwoord:
Goddelijke voorzienigheid is de manier waarop God over alle dingen in het universum regeert. De leer van Goddelijke voorzienigheid stelt dat God absolute controle heeft over alle dingen. Dit omvat het gehele universum (Psalm 103:19), de tastbare wereld (Matteüs 5:45), de acties van de volken (Psalm 66:7), de geboorte en het lot van de mens (Galaten 1:15), succes en falen van mensen (Lucas 1:52) en de bescherming van Zijn volk (Psalm 4:8). Deze leer staat haaks op het idee dat het universum geregeerd wordt door toeval of het noodlot.

Het doel van Goddelijke voorzienigheid is het volbrengen van de wil van God. Om de verwezenlijking van Zijn doelen te bereiken, heerst God over de handelingen van de mensheid en is Hij werkzaam in de natuurlijke gang van zaken. De natuurwetten zijn niets anders dan afbeeldingen van Gods werk in het universum. De natuurwetten hebben zelf geen kracht en ze kunnen niet zelfstandig werken. De natuurwetten zijn regels en principes die God heeft ingesteld om te heersen over de werking van dingen

Hetzelfde geldt voor de menselijke keuzevrijheid. We zijn in feite niet vrij om te kiezen of te handelen naar iets anders dan Gods wil. Alles wat we doen en alles wat we kiezen is volledig in lijn met Gods wil, zelfs onze zondige keuzes (Genesis 50:20). Het komt erop neer dat God over onze keuzes en handelingen regeert (Genesis 45:5; Deuteronomium 8:18; Spreuken 21:2), maar Hij doet dat op een manier die onze verantwoordelijkheid als vrije morele wezens niet ondermijnt of de realiteit van onze keuzes teniet doet.

De leer van Goddelijke voorzienigheid kan als volgt beknopt samengevat worden: “God heeft sinds het begin van de eeuwigheid, overeenkomstig de raad van Zijn wil, alles wat er zal gebeuren al voorbestemd; God is echter niet de auteur van de zonde, noch wordt de menselijke verantwoordelijkheid verwijderd.” De voornaamste manier waarop God zijn wil bereikt is door secundaire oorzaken (zoals natuurwetten of menselijke keuze). Met andere woorden, God werkt indirect door deze secundaire oorzaken om Zijn wil te bereiken.

God werkt soms ook rechtstreeks om Zijn wil te bereiken. Deze handelingen zijn wat wij wonderen noemen (dat wil zeggen, bovennatuurlijke gebeurtenissen in plaats van natuurlijke). Een wonder is Gods tijdelijke omzeiling van de natuurlijke gang van zaken zodat Zijn wil en doel bereikt worden. Twee voorbeelden uit het boek Handelingen laten zien hoe God zowel direct als indirect werkt om Zijn wil te volbrengen. In Handelingen 9 zien we de bekering van Saulus van Tarsus. In een verblindende lichtflits en een stem die alleen Saulus/Paulus hoorde, veranderde God zijn leven. Het was Gods wil om Paulus te gebruiken om Zijn wil verder tot uitvoer te brengen en Hij gebruikte directe middelen om Paulus te bekeren. Spreek maar met een willekeurig iemand die tot het Christendom is bekeerd en je zult hoogstwaarschijnlijk nooit een verhaal als dit horen. De meesten van ons komen tot Christus omdat zij een preek gehoord hebben , een boek gelezen hebben of een getuigenis van een vriend of familielid gehoord hebben. En daarbij zijn er vaak factoren binnen de leefomgeving die de weg voorbereiden: een baanverlies, het verlies van een familielid, een falend huwelijk, een verslaving. Maar Paulus’ bekering was rechtstreeks en bovennatuurlijk.

In Handelingen 16:6-10 zien we hoe God Zijn wil indirect volbrengt. Dit vindt plaats tijdens de tweede zendingsreis van Paulus. God wilde dat Paulus en zijn gezelschap naar Troas zouden gaan, maar toen Paulus uit Antiochië van Pisidia vertrok wilde hij richting het oosten trekken, naar Azië. De Bijbel zegt dat de Heilige Geest hen verbood om het woord te verspreiden in Azië. Toen wilden ze naar het westen trekken, naar Bythinia, maar de Geest van Christus voorkwam dat, en zo gingen ze uiteindelijk richting Troas. Dit is allemaal achteraf geschreven, maar toen het gebeurde waren er waarschijnlijk logische verklaringen voor het feit dat ze deze twee regio’s niet in konden, maar achteraf realiseerden zij zich dat God hen geleid had waar Hij ze wilde hebben . Dat is voorzienigheid. Spreuken 16:9 verhaalt: “Een mens stippelt zijn weg uit, de HEER bepaalt de richting die hij gaat.”

Aan de andere kant zijn er mensen die zullen zeggen dat het idee dat God direct of indirect alle dingen leidt, alle mogelijkheid van een vrije wil teniet doet. Als God volledige controle heeft, hoe kunnen we dan werkelijk vrij zijn in de beslissingen die we nemen? Met andere woorden: er moeten dingen buiten Gods controle vallen — zoals bijvoorbeeld de menselijke wil — om het woord “vrijheid” enige betekenis te kunnen geven. Laten we, omwille van het argument, aannemen dat dit waar is. Wat dan? Als God geen complete controle heeft over alle onvoorziene omstandigheden, hoe zou Hij dan onze redding kunnen garanderen? Paulus zegt in Filippenzen 1:6 dat “Hij die dit goede werk bij u begonnen is, het ook zal voltooien op de dag van Christus Jezus”. Als God niet alle dingen beheerst, dan zijn deze belofte en als alle andere Bijbelse beloften onwaar. We kunnen dan geen volledige garantie krijgen dat het verlossingswerk dat in ons begonnen is, ook volbracht zal worden.

Verder, als God niet alle dingen beheerst, is Hij niet soeverein, en als Hij niet soeverein is, is Hij God niet. Als we dus onvoorziene omstandigheden buiten de heerschappij van God plaatsen, dan resulteert dat in een God die helemaal geen God is. En als onze “vrije” wil de Goddelijke voorzienigheid kan overtroeven, wie is er dan God? Wij zijn dan God. Dat is natuurlijk onaanvaardbaar voor een mens met een Christelijk en Bijbels wereldbeeld. Goddelijke voorzienigheid vernietigt onze vrijheid niet. Goddelijke voorzienigheid is eerder datgene wat ons in staat stelt om op een juiste manier gebruik te maken van deze vrijheid.

© Copyright 2002-2014 Got Questions Ministries.